Jelte Rozema nam vrijdag 24 juni 2016 afscheid als hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Een interview in VU-blad Ad Valvas.

afscheidscollege 

Door Welmoed Visser

Biologiehoogleraar Jelte Rozema zit al sinds 1968 aan de VU, eerst als student, later als promovendus en wetenschapper. Hij werd bekend met zijn poolonderzoek en raakte verslingerd aan het lege arctische landschap, maar geniet net zoveel van de broedende torenvalken achterin zijn tuin. Vrijdag neemt hij afscheid.

Kiekendief dood

“Toen ik een jaar of zestien was, viel er op een dag een blauwe kiekendief zo uit de lucht op het veld waar wij aan het korfballen waren. Dood door de opgehoopte pesticiden. Dat heeft diepe indruk gemaakt. Ik kwam uit een gereformeerd nest, dus ik ging naar de VU en ik hield van vogels, dus ging ik biologie studeren.”

Toch werd Rozema geen vogeldeskundige, maar kwam hij terecht in de plantenecologie: “Voor dierfysiologisch onderzoek moest je een levende kikker doodmaken. Dat deed ik liever niet. Daarom ben ik de richting van de plantenecologie opgegaan.” Hij had de wind mee, zegt hijzelf. Als hij nu ziet hoeveel moeite zijn kinderen hebben om werk te vinden, laat staan een vaste baan waarmee je een hypotheek kunt krijgen. “Natuurlijk heb ik wel hard gewerkt, maar ik ben altijd van het ene in het andere gerold.”

Zoute aardbeien

Rozema’s wetenschappelijke carrière begon in 1971 als student-assistent. Hij deed zijn doctoraalstage bij professor Wilfried Ernst, die hem later ook aannam als promovendus. "Mijn promotieonderzoek ging over zoutplanten op Schiermonnikoog, ik ging daar elke maand naartoe om metingen te doen.” Later in zijn carrière zou Rozema weer terugkomen bij de zoutplanten. Hij is een van de initiatiefnemers van het onderzoek naar zouttolerante eetbare gewassen. “Op veel plekken op de wereld is het grondwater aan het verzilten. Landbouwgewassen die tegen brak water kunnen, zijn een uitkomst.”

Moeten we massaal aan de zeekraal? Rozema: “Zeekraal is een van de meest zouttolerante planten die er zijn. Door te bestuderen hoe die plant zich genetisch heeft aangepast, kun je die aanpassingen misschien ook gebruiken in gewone planten.” Op Texel zet het Zilt Proefbedrijf dat onderzoek voort. Na zijn pensionering blijft Rozema daar adviseur. “We willen juist ook gewone groenten aanpassen, met aardappels is dat al gelukt en ook met wortels en aardbeien.” Zoute aardbeien? “Nee, ze zijn juist zoeter dan gewone aardbeien. Je ziet dat de plant extra suikers aanmaakt om zich te beschermen tegen de zoute omgeving. Hetzelfde geldt voor wortels.”

Terug bij af

Een andere lijn in Rozema’s onderzoek was bestuderen hoe planten zich staande houden in een veranderend klimaat: het gat in de ozonlaag, de toename van C02 in de lucht en (mede als gevolg daarvan) de stijging van de temperatuur. Zo kwam hij op de Zuidpool (ozongat) en Spitsbergen (opwarming) terecht. En hoewel het gat in de ozonlaag nog steeds niet is hersteld, bleek het achteraf met de schade voor planten en dieren wel mee te vallen. “Maar ja, als je onderzoeksgeld wilt binnenhalen, moet je soms zeggen dat de wereld vergaat.”

Bedoelt hij dat hij eigenlijk wel optimistisch is over de milieuproblematiek? "Nee, de opwarming van de aarde is onmiskenbaar. En het politieke besef dat het belangrijk is om daar iets aan te doen, is op de achtergrond geraakt. Terrorisme en veiligheid zijn momenteel veel belangrijker. Denk je dat Erdogan met het milieu bezig is? Of neem dat handelsverdrag TTIP. Nee, ik word niet vrolijk van de huidige politiek. Ik heb het gevoel dat we met veel dingen weer terug bij af zijn.”

Een genuanceerde pessimist zou je Rozema misschien beter kunnen noemen: “Weet je wat goed is voor het poolklimaat? De lage olieprijs. Daardoor gaat Shell nu niet boren op de Noordpool.” En er zijn ook leuke dingen aan de opwarming, nuanceert Rozema nog verder: “De grote zilverreiger was heel zeldzaam, nu zie je die op allerlei plekken. En door het warmere klimaat zijn er meer vlinders.”

Beter wegblijven

Het arctische gebied is met niets te vergelijken, zegt Rozema. “Als je daar eenmaal bent geweest, dan blijft die paradijselijke leegte aan je trekken.” Toch kun je er voor het milieu maar beter wegblijven, realiseert hij zich ook: “Alles wat wij daar doen, is te veel, alleen al onze aanwezigheid. En het wordt steeds drukker, met cruiseschepen vol met mensen die duizenden euro’s hebben betaald om daar naartoe te mogen.” Toch is Rozema er de man niet naar om te zeggen dat die reizen verboden zouden moeten worden. Hij begeleidde zelfs een cruise georganiseerd door de NRC en hij gaat in de toekomst misschien nog meer reizen doen.

Torenvalken

“Maar alleen als ik er zin in heb. Ik ben ook gelukkig in mijn eigen tuin. We hebben al jaren een nestkast voor roofvogels, maar nu zitten daar voor het eerst ook echt torenvalken in. Met de telescoop kan ik vanuit mijn huis in die kast kijken. Het duurde eindeloos voordat die eieren waren uitgebroed. Als er dan gevaar dreigde, van eksters bijvoorbeeld, dan moest ik mezelf echt beheersen om niet in te grijpen. Nu zie je de rolverdeling heel mooi: het mannetje vangt muizen en legt ze ergens neer. Het vrouwtje pikt ze op om ze aan de jongen te geven. Ik kan daar uren naar kijken en leef intens met ze mee.”


Feest na afloop

Na het afscheidscollege was er een ongedwongen feest in een van de zalen van de Vrije Universiteit. De aanwezigen konden de hand drukken van de scheidende hoogleraar. Die trouwens de dinsdag daarna alweer op zijn werkplek werd verwacht.

zinzi chris