‘Nu hebben wij zelf al drie getrouwde kinderen’

Op maandag 11 januari 1937 schrijft opa Jelte Rozema een brief, die ruim 80 jaar later weer opduikt en gelezen wordt door een peloton kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten, die hij nooit heeft gekend. Het is de dag waarop opa’s halfbroer  Andries jarig is, 61 jaar alweer, maar Kortezwaag ligt niet naast de deur. Een verjaardagsvisite zit er niet in. De brief gaat naar Leeuwarden, naar de zoon van Andries, Anne Rosema, en diens jonge vrouw Grietje, die zojuist (op 3 januari 1937) hun eerste baby hebben gekregen: Grietje. Met zijn felicitatie is opa kort. De familienieuwtjes nemen de rest van de brief in beslag.

 

Zaandam 11 – 1 – 37

Waarde Neef en Nicht en Kl. Grietje

Bij dezen feliciteer ik u beiden ook namens vrouw en kinderen, met de geboorte van uw dochter, hopende dat ze in eer en deugd tot een flinke meid mag opgroeien. Tevens feliciteer ik u met uws vaders verjaaring die heden 61 jaar wordt.

Anne Rosema, 29 jaar oud, en Grietje Dijkstra, 25 jaar, trouwen op 5 oktober 1935 in Baarderadeel, Friesland.

Ik kan het mij haast niet indenken, dat die tijd zoo hard voorbij gaat. Soms vertoef je in gedachten nog in de ouderlijke woning te Oldelamer, allen als kwajongens. En nu hebben wij zelf al drie getrouwde kinderen en twee kleinkinderen. Ons oudste dochter Meintje, die te Koog aan de Zaan woont, is 6 December j.l. bevallen van een zoon Simon genaamd. Ik heb er gistermorgen nog even geweest, doch de kleine groeit goed.

Meintje is mijn moeder. Mijn vader wordt in de hele brief niet genoemd.

Herman en Antje wonen vlak bij ons Bleekerstraat 29, vlak naast Jan van oom Tiede.

Op Bleekerstraat 27, slechts gescheiden door een smalle steeg, woonden Jan Rozema en zijn vrouw Hiltje Visser. Jan is de zoon van Tiede Rozema, opa’s lievelingsbroer, die sinds zijn pensionering in Castricum woont. Dan komen de andere kinderen aan de beurt: Auke, Teunis en schoonzoon Herman,

Auke de jongste heeft ook al stevig verkeering, en zal de langste tijd ook wel hebben gescharreld, als hij wat werk mag houden. Ze zijn verleden jaar allen gelukkig geweest met hun werk, dat als 1937, ook zoo mag zijn dan hebben ze geen reden tot klagen. Auke heeft het werk vlak bij huis, al zoowat 2 ½ jaar aan een stuk. Teunis zit al maanden in het fabriek het “Hart”, voor vertimmering, en Herman zit in de nieuwe fabriek van Verkade.

Jelte van Tiede is nog steeds bij Bruinzeels deurenfabriek, en Jan is erg ongelukkig, die werkt haast nooit. Hij was verleden najaar in de werkverschaffing te Egmond aan den Hoef, doch raakte er met de kerstdagen uit, denkelijk dat hij daar vandaag weer voor een paar weken naar toe gaat. Het begroot mij vaak om hem, want hij is niet zo sterk, en dan zoon lange dag achter de kruiwagen loopen valt voor hem tenminste niet mee.

Jan heeft in de oorlogsjaren wel achter Mussert en de NSB aangelopen, maar daar heeft opa op dit moment geen weet van. Hij schrijft verder over de familie van Andries, die in Friesland is blijven wonen. Andries is aannemer, werkt hard, verdient goed en bezit een groot huis in Kortezwaag, gemeente Opsterland. Er zijn vier kinderen: Jeltje, Anne, Geesje en Anneke. Bij de burgerlijke stand zijn ze slordig met de spelling. Jeltje en Anneke worden ingeschreven als Rozema – met een z -, Anne en Geesje als Rosema – met een s. Anne, de jonge vader, werkt in de bouw en zal later technisch ambtenaar worden bij de gemeente Rotterdam.

Volgens uw vader heeft u daar wel een aardig baantje hé. Uw zwager maakt het zoo goed niet, vernam ik. Het is te hopen dat Jeltje die school te Gorredijk maar krijgt, dan zal hij ook wel weer wat opknappen. Bij oom Koop en Tiede is alles goed, voor zoover wij weten. Rinze van Tiede was verleden week grieperig en moet het bed houden.

Koop Rozema is een halfbroer, maar met hem is de familieband niet zo innig.

Verleden week vrijdag is oom Tiede hier nog geweest bij de begravenis van onzen Commissaris, die slechts vier dagen ziek is geweest, een man van 47 jaren, Sneeker van geboorte. Wij hadden hem graag nog wat willen houden, doch het heeft niet zo mogen zijn. Dat nu zitten wij met 1 Februari zonder Burgemeester, en zonder Commissaris. Er hangt voor ons veel vanaf, wat personen, wij daar voor weer krijgen.

De SDAP’er J. in ’t Veld volgt dat jaar zijn partijgenoot K. ter Laan op als burgemeester van Zaandam. C. Roscher wordt de nieuwe commissaris, gerespecteerde mannen. In 1941, na de Februari-staking, worden beiden door de nazi’s aan de kant gezet  en opgevolgd door fanatieke NSB’ers, C. van Ravenswaay en W. Ragut. Na de bevrijding keren In ’t Veld en Roscher terug in hun oude functies.

Een deel van het Zaandamse politiekorps met rechts (in burger) de commissaris, rechercheur Tiede Rozema (ook in burger en met bolhoed) en hoofdagent opa Jelte Rozema (rechts van hem).

Nu weet ik geen nieuws meer en verwacht p.o. g. eens een briefje van u terug hoe Moeder en Kind het maken. Ik sluit deze regelen in den hoop, dat ze u in den besten welstand, met ons hartelijke groeten mogen geworden, namens allen je toegenegen oom

Jelte