Herman Roode (1946 – 2017): stil en sterk

De Koger kerk was tjokvol bij de afscheidsplechtigheid voor Herman Roode.

Op vrijdag 30 juni 2017 hebben we in de Kogerkerk afscheid moeten nemen van Herman Roode, zoon van Hermanus Roode en Antje Rozema. Zijn jongste broer Theunis sprak daarbij een In Memoriam uit, waarvan hier de ingekorte versie.

Herman heeft geproefd en genoten maar had zo vreselijk graag nog langer bij ons willen blijven. Hij kwam in een warm en hecht gezin terecht waar al twee broertjes waren, Kees 7 jaar en Jelte 4 jaar oud. Trots waren ze op dat kleine jochie. Drie jaar later kreeg Herman er nog een broertje bij: Teumpie. Daar was hij mooi klaar mee want opeens was hij niet meer de benjamin. We zouden de beste maatjes worden. Alle vier broers hebben daar aan de Bleekersstraat een fijne jeugd gehad. Er was harmonie en geborgenheid, we waren met z’n vieren een mooi koppel daar.

Was er dan nooit ruzie? Natuurlijk wel, we hadden verschillende karakters en zaten elkaar soms dwars en hadden ook zo onze kwajongensstreken, maar vader Hermanus wist dat altijd knap te beteugelen. Wat waren die kwajongensstreken dan?  Die  gebeurden  meestal spelend op straat en waren heftig, maar ik heb Herman beloofd deze niet in detail te vertellen; niet verantwoord. Vechten mocht, kwaad worden ook, maar je hoefde niet altijd te winnen, en kwaad blijven was uit den boze. Dat waren spelregels die wij van onze vader leerden. Elkaar verlinken of verraden gebeurde niet.

Herman Roode: stille kracht.

Aan tafel begon Hermanus met het vertellen van verhalen. We werden dan vanzelf rustig en hingen dan aan z’n lippen, want hij was een geboren verteller. Altijd weer waren we geboeid door zijn belevenissen van de dag. Zijn waarnemingen waren helder en scherp, maar zijn verhaal was altijd mild en doorspekt met humor. Moeder Antje keek dan tevreden toe. Het was goed toeven aan de Bleekerstraat, er was aandacht en altijd een verhaal. Na het avondeten werd er voorgelezen uit de kinderbijbel van Anne de Vries. Het mooiste was het verhaal van de schepping. Het maakte grote indruk op ons. 

De schepping

Er bloeit een bloempje bij de weg, een klein en nietig madeliefje. Het verspreidt een beetje geur. Het heft zijn mooie gezichtje omhoog naar de zon en ‘s avonds als het donker wordt buigt het zijn kopje en vouwt zijn blaadjes saam om te gaan slapen. Het is zo klein en onbetekenend. De mensen lopen er aan voorbij en zien het niet eens. Soms trappen ze erop. En toch is dat kleine onaanzienlijke bloempje een groot wonder.

Dit was voor Herman genoeg. Het verhaal van de schepping  Het zou de passie van zijn leven worden. De schepping. De liefde voor de natuur. Het ontzag voor het wonder. Met aandacht en geduld en oog voor het kleine detail zou hij zich hier aan gaan wijden. De verhalen over de schepper boeide hem van jongs af aan al minder.

Herman en ik scheelden maar bijna drie jaar in leeftijd. Wij trokken veel met elkaar op, hij was mijn voorbeeld en beschermer. Toen we klein waren was karren bouwen onze grote hobby. Vele soorten hebben wij gebouwd. Racewagens, hijskranen, karren met een aanhanger. We gebruikten wielen van oude kinderwagens en visten hout uit de de Zaan. De wielen werden met de as aan houten planken getimmerd. Dit gebeurde met kromme spijkers die we eerst recht moesten slaan om ze vervolgens weer krom om de as te timmeren. Eindeloos hebben we met een kapotte hamer kromme spijkers recht geslagen en vervolgens weer krom.

Schelpen waren zijn grote hobby.

Herman begon zijn carrière bij Verkade waar hij als enigzins verlegen jongeling samen met een oudere leermeester de fabriek in moest om aan machines onderhoud te plegen. Dat vond hij mooi werk. Met aandacht en vakmanschap en oog voor detail een stuk gelopen machine weer heel maken. Met de vrijmoedige meisjes van Verkade had hij in het begin meer moeite. Brutaal maakten ze hem aan het blozen. Maar zijn leermeester maakte in de loop van de tijd  van Herman een weerbare  jongen en  goede vakman.

Ook bij de brandweer in Amsterdam had hij het in het begin moeilijk. Ze zagen in hem het boertje uit Noord Holland, maar al gauw veranderde dat. De stoere collega’s werden beminnelijke vrienden en samen hebben ze veel gevaarlijke en moeilijke klussen geklaard. Maar hoe groot was het verdriet toen twee goede collega’s/vrienden bij de brand van een loods om het leven kwamen. Het heeft grote impact op het leven van Herman gehad. ‘Ik denk dat ik nooit meer kan lachen’, zei hij toen en viel terug in de stille Herman die hij vroeger ook kon zijn. Maar uit die stilte kwam weer zijn enorme kracht naar boven. Samen met Hennie overwon hij en er braken hele mooie jaren aan.

Wie in de luwte blijft heeft het leven niet echt geproefd. Herman was graag thuis. Rustig op zijn kamer bezig met zijn hobby ; de natuur en zijn verzameling schelpen. Maar in de luwte bleef hij niet, de lijst van activiteiten buitenshuis is niet gering. Samen met anderen heeft hij maatschappelijk zijn steentje bijgedragen.

Zelf was hij er zeer bescheiden over. Laatst vroeg ik hem: ‘Herman jij heb toch ook een koninklijke onderscheiding gehad?’ ‘Ja dat is waar ook,’ zei hij verbaasd, ‘ik weet niet eens waar hij is. Het was een verrassing toen ik hem kreeg. Met een list hebben ze me naar het gemeentehuis gelokt. En kreeg ik van de burgemeester een lintje.’  ‘Was het een eer?’ ‘Ach dat wel’,  zei Herman, ‘maar ook een poppenkast’. We lachten samen.

 

Noordhollands Dagblad vrijdag 30 april 2004:

H. Roode en 27 andere Zaankanters ontvangen uit handen van burgemeester R. Vreeman het lidmaatschap van de orde van Oranje-Nassau. H. Roode (57) is al jarenlang actief als volleybalscheidsrechter, begeleider van nieuwe scheidsrechters en beoordelaar. Verder is hij al jarenlang vrijwilliger bij de stichting Natuur en Milieu Educatie (NME) in Zaandam. Hij haalde zelfs zijn vaarbewijs omdat de stichting anders moest stoppen met de boottochten. Ook bij de stichting VluchtelingenWerk heeft hij zich verdienstelijk gemaakt.

 

Hennie was zijn maatje en grote liefde. Ze gaf kleur aan zijn leven. Ze hebben lief en leed gedeeld. Na zijn vroege pensionering zijn ze er veel met de camper op uit getrokken en hebben het leven met volle teugen geproefd. Samen met anderen in de natuur, zoeken en ontdekken, struinen langs de stranden. “Zeg Her, heb je deze al?’

Samen met Hennie overwon hij en er braken heel mooie jaren aan.

Wat waren we verslagen toen we begin dit jaar zijn doodvonnis hoorden. ‘Een ongeneselijke ziekte, meneer Roode, u heeft eigenlijk geen kans’. Na ongeveer een maand herpakte Herman zich en besloot er het beste van te maken. Het was er niet minder verdrietig om, maar wat hebben we van elkaar genoten. Ondanks alle ongemakken bleef Herman positief en heeft het ons, samen met Hennie, gemakkelijk gemaakt. Het was open en alles was bespreekbaar. Nooit heeft hij geklaagd en zijn grapjes bleven ons verbazen.

Hoewel zijn lichaam het opgaf was hij moedig en sterk en bleef hij thuis tot de laatste snik het baasje. Door de kinderen,  kleinkinderen, Renate, Jan en Hennie werd hij op handen gedragen. We hadden het veel over vroeger en samen keken we naar een foto van ons huis aan de Bleekersstraat, met z’n zessen aan tafel. Zonder iets te zeggen keken Herman en ik   elkaar begrijpend aan.  Ja, we begrepen elkaar door en door.  Zo was het, zo was het vroeger en dat komt niet meer terug. 

Theunis (l): hij was mijn voorbeeld en beschermer.

Dat kleine bloempje
langs de weg
had hij zo graag
nog lang bemind
bewonderd,
gehouden uit de wind 

Ook in de luwte
had hij zorg en kracht
Ach, de dood
dat komt wel goed
ik heb toch niets te vrezen
maar jij, hoe gaat het nou met jou
als ik er niet zal wezen.

Een voor een
keek hij ons aan
met fluisterende stem
zijn laatste ademtocht
ja , Herman
het is beloofd
we zullen zijn
wij allen samen. 

Waar je ook toeft
je bent geborgen
in ons hart
omhoog verheven
onze Herman,
mijn broer
dierbaar ten diepste
Ik heb je lief.

Lees ook: De verzamelaar van de familie

Neven en nichten dwalen over het Hop